Marinke Steenhuis over verkoop van erfgoed door de overheid

Welke kansen biedt de plek in de stad? Denk van daaruit verder bij erfgoed. Overheden hebben het nodige in hun vastgoedportefeuille. Afstoten wat niet meer gebruikt wordt, dat lijkt het nieuwe motto. Maar hoe moet dat op een verantwoorde manier gebeuren?

Architectuurhistorica Marinke Steenhuis (SteenhuisMeurs) ontwikkelde een aanpak voor Rotterdam ‘We geven een bijsluiter mee aan de nieuwe eigenaar.’ Zij heeft voor het Nationaal Monumentencongres 2016 een verhaal gemaakt. Of het nu om Paleis Soestdijk gaat of gevangenis Wolvenplein: de overheid zet haar erfgoed in de etalage. De operatie is volop gaande en speelt overal. Marinke Steenhuis heeft voor Rotterdam een aanpak voorgesteld en vertelt erover. Haar verhaal is voor dit artikel meer naar de rol van het Rijk en Utrecht aangepast.

2015-vleugel-b-2e-verd-gevangenis-wolvenplein

Wat niet meer nodig is voor het realiseren van Rijks doelstellingen, gaat eruit. Recentelijk zijn de vastgoedportefeuilles in den lande gescreend; ze geven vaak ballast, het Rijk of de gemeente heeft verplichtingen als verhuurder, moet de panden onderhouden en is er veel procestijd aan kwijt. Je kunt je ook afvragen – bijvoorbeeld in het geval van Utrecht – wat een gemeente moet met Tivoli aan de Oudegracht. Maar ook de oude boerderijtjes in Leidsche Rijn als ontwikkellocaties in een nieuwe wijk. De wijk kwam er wel, maar de boerderijen bleven staan. Gevolg: de gemeente heeft ze nog steeds in bezit.’ En over het bezit van het Rijk van een niet meer in gebruik zijnde gevangenis, daar weten wij alles van.

Ongelukken voorkomen
De eerste actie is een goede inventarisatie. In Rotterdam heeft dat een lijst met circa 550 gemeentelijke panden opgeleverd, aldus Steenhuis. ‘Dan volgt de discussie: wat doen we ermee? Ten opzichte van een paar jaar geleden wordt nu wel breder ingezien dat erfgoed belangrijk is voor een stad, bijvoorbeeld als motor voor een gezonde, gebalanceerde stad en voor het toeristisch klimaat. Daarom willen we graag dat de nieuwe eigenaar op de hoogte is van belangrijke aspecten van het gebouw dat hij koopt. Op verzoek van de gemeente nam Steenhuis, die eerder in Rotterdam welstandsvoorzitter was, plaats in de serie ‘roadshows’ die per deelgemeente met een breed team van vastgoedmedewerkers, stedenbouw, wonen en woningcorporaties werden georganiseerd. ‘Met behulp van Google Maps hebben we alle objecten doorgenomen. Van de 550 konden er circa 100 als ‘interessant’ worden betiteld. Nota bene: het gaat hier dus niet om monumenten, die zijn al beschermd. Dit zijn panden die van belang zijn voor de buurt en de stad, door hun eigenheid of kansen voor programmering. Op gebiedsniveau dus.’

Publiek belang
Ook deze panden zullen worden verkocht, maar hoe wordt een nieuwe eigenaar dan geïnformeerd over de waarde ervan? Daar is het instrument van de ‘bijsluiter’ voor ontwikkeld: ‘Hoe borgen we het publieke belang zorgvuldig via de privaatrechtelijke kant? Daar hebben we onder meer de Landsadvocaat naar laten kijken. De uitkomst is een beknopt document van twee pagina’s A4, waaruit een regime wordt geformuleerd. Dat regime wordt meegegeven in het koopcontract.’ Er moest wel wat scepsis worden overwonnen om deze bijsluiter geaccepteerd te krijgen, geeft Steenhuis aan: ‘De voorbereiding voor verkoop duurt iets langer en soms is er de angst dat de waarde van het pand erdoor daalt. Terwijl onderzoek uitwijst dat de waarde juist omhoog gaat. Dit moet zich in Rotterdam nog bewijzen, maar we hopen natuurlijk op hetzelfde resultaat. De belangrijkste winst is dat de stad haar eigen vastgoed zorgvuldig van de hand doet.’

Sociale winst
Het werken met bijsluiters en regimes in het verkoopcontract is een manier van werken die ook elders toepasbaar is, denkt Steenhuis: ‘Er is animo om van elkaar te leren, onder andere vanuit de Rijksbouwmeester.’ Het initiatief heeft ook nog een prettige bijwerking: het Rotterdamse programma ‘Beste Plan voor de Wijk’. Daarbij mogen bewoners en ondernemers voor een tiental gemeentelijke panden een pitch doen. ‘Oftewel een gebruiksvoorstel in combinatie met een businesscase: wat zou je met dit pand willen doen? Ook de sociale winst voor de buurt is daarin een item.’ De komende tijd wordt dit programma verder ontwikkeld, waarbij de gemeentelijke afdelingen en passant leren om elkaar te spreken: ‘Het sociale domein spreekt met vastgoed: hoe kan de herbestemming van een pand een impuls betekenen voor een zwakkere buurt? Zo kan gemeentelijk vastgoed op een verantwoorde manier van de hand worden gedaan. Door niet het object centraal te stellen, maar juist gebiedsgericht te werk te gaan. Welke kansen biedt de plek in de stad? Denk van daaruit verder.’

We zitten natuurlijk niet direct verlegen om adviezen uit Rotterdam. Maar op punten zitten er goede dingen in, of niet?

(Bron: Nationaal Monumentencongres)

Reacties zijn gesloten.