Historie

Historie van Wolvenburg

De historie van Wolvenburg omspant een lange periode, van militair bolwerk en fabriekslocatie tot de plek van de stadsgevangenis van Utrecht. Na een samenvatting volgt een uitgebreider verhaal.

Wolvenburg is rond 1580 ontstaan als militair bolwerk. In de 18e eeuw gaat de stad Utrecht het bolwerk verhuren. Er worden moerbeibomen geplant voor de zijdeteelt. Dat blijkt in ons klimaat geen groot succes. In 1753 volgt een geheel nieuwe bestemming: een lakmoesfabriek. Tot 1839 is deze vervuilende fabriek van kleurstof in bedrijf. De laatste eigenaar van de lakmoesfabriek heeft op het bolwerk ook een kwekerij voor de sierteelt: Flora’s hof. Na een korte bestemming als schietbaan verkoopt de stad Utrecht in 1852 het bolwerk aan het Rijk.

De cellulaire gevangenis Wolvenburg opent in 1856 als strafgevangenis voor mannen en vrouwen en als militaire gevangenis. De gevangenis is in 1875 uitgebreid en gaat door als mannengevangenis. In 1914 stapt Nederland af van de cellulaire, eenzame opsluiting. Gevangenen gaan werken in gemeenschappelijke ruimten en resocialisatie wordt een thema.

De gevangenis is eerder gesloten geweest in 1932 wegens overbodigheid. De gevangenis opent weer in 1939 na een verbouwing. In de Tweede Wereldoorlog heeft de gevangenis een speciale functie. Vervolgens is de gevangenis een Huis van Bewaring. Diverse verbouwingen volgen tot de aankondiging in 2013 van een definitieve sluiting. In al die tijd hebben duizenden onbekende en enkele bekende personen gezeten op dit adres.

luchtfoto PI Wolvenplein gevangenis Utrecht 2005Onderstaand is de historie uitgebreider beschreven met links naar de blog Ridderschapkwartier.

Bolwerk Wolvenburg

Door beleid van Karel V krijgt de stadsmuur van Utrecht torens met de namen van dieren. Op deze hoek van de stad heeft de toren de naam Wolf. In deze tijd komen ook de molens binnen de stadsmuren. Molen De Kroon komt bij toren Hond te staan. Aan de andere zijde van toren Wolf staat toren Vos en de Plompetoren.

De Republiek der Zeven Provinciën versterkt niet veel later de stad met bolwerken. Op deze hoek krijgt bolwerk Wolvenburg rond het jaar 1580 haar vorm. Na de 80-jarige oorlog in 1648 zijn de torens en bolwerken verwaarloosd. Toch blijft Wolvenburg tot 1829 onderdeel van de stadsverdediging. In al die jaren is het nooit voor haar militaire doeleinden ingezet. Maar de grond is in tussentijd wel voor nuttiger doeleinden gebruikt.

Utrecht 1645 - 1676 Plompetoren met Vos en Wolf - K Molenaer paneel olieverf Philadelphia Museum of Art Cat576-nyd

Plompetoren met toren Vos (rechts) en toren Wolf (links), schilderij circa 1660 van K. Molenaer

Moerbeibomen en zijderupsen

In 1723 huurt Joseph d’ Angelis het bolwerk. Joseph heeft als vak het cultiveren van moerbeibomen. De moerbeibomen zijn geschikt voor de kweek van zijderupsen. Een groot verwerkingsbedrijf voor zijde heeft haar adres aan de Zeedijk: Zijdebalen. In 1745 neemt de koopman in lakens Simon Elijn de huur over. In de huur inbegrepen is de goed bruikbare toren Wolf als woning en kantoor. De zijdeteelt in Nederland is geen succes. Zijdebalen draait langer door met de import van zijdecocons.

Lakmoesfabriek

In 1759 huurt Willem Jan van Dijk het bolwerk met toren Wolf. Hij begint er een lakmoesfabriek. Molen De Croon bij toren Hond, aan het eind van de Molensteeg, wordt omgebouwd voor het vermalen van verfstoffen. De lakmoesfabriek functioneert tot 1829. In 1767 gaat de fabriek over naar schoonzoon Eelsing. Molen De Croon sneuvelt ergens in deze periode. Eelsing junior vindt een nieuwe compagnon in de gebroeders Van Weede. Op de tekening de plattegrond met bebouwing in 1832:

het-bolwerk-in-1832-kadastrale-tekening

De lakmoesfabriek maakt kleurstof uit korstmossen. Het is een kleurstof voor suikerwerk, voor wijn en sterke dranken, voor papier en voor de was (het blauwsel als witmaker van de was). Lakmoes wordt als blauwe kubusjes in binnen- en buitenland verkocht.

De lakmoesfabriek heeft ongeveer 16 medewerkers en is niet de enige in Utrecht. Aan de Oudegracht staat de fabriek van de Gebr. Koopman. Utrecht is een belangrijke stad voor het maken van lakmoes, in Nederland staan in die tijd ongeveer acht van dergelijke bedrijven. Het is overigens een sterk vervuilende activiteit geweest op het bolwerk, afvalwater werd geloosd op de singel. De fabriek op Wolvenburg is in 1829 na een brand gestopt als firma Van der Hoop en Bienfait. De firma Bienfait te Amsterdam gaat verder met haar handel- en transportonderneming en het beheer van suikerplantages in Suriname.

Flora’s hof

Bolwerk Wolvenburg blijft in 1829 achter zonder fabriek. Torenhuis Wolf blijft bewoond door Frans van der Hoop met zijn gezin, schoonvader Cornelis van Weede en twee dienstmeiden. Van der Hoop heeft een hobby: op Wolvenburg is een Flora’s hof ontstaan van grote vermaardheid. Hij heeft groene vingers voor het kweken van exotische planten. Zijn collectie is in binnen- en buitenland bekend: camelia’s, rododendrons, arboretums, paconia’s, rozen op stam, oranjebomen, azalea’s, dahlia’s, heesters enz. enz..

Schietbaan

In 1844 heeft de Stad een nieuwe bestemming in gedachte voor het terrein, een nieuwe gevangenis. Alleen het Rijk en de Provincie hebben daarvoor een ander terrein in gedachte. In 1851 lukt het om een huurder te vinden voor het bolwerk. Op dinsdag 1 Juli houdt het Scherpschutterscollege St. Hubert op Wolvenburg een inwijdingsfeest van de nieuwe schietbaan. Het is maar voor kort.

De Gevangenis

In 1852 valt het definitieve besluit voor de bouw van een gevangenis op het bolwerk. De Stad Utrecht verkoopt Wolvenburg aan het Rijk. In 1852 start de bouw met verschillende aanbestedingen. De gevangenis is bestemd voor veroordeelden tot eenzame opsluiting en voor gegijzelden om schulden. Niet veel later is een deel van de gevangenis gereserveerd voor veroordeelden door de Militaire Rechtbank. De nieuwe gevangenis bevat 116 cellen, de officiële indienststelling is op 1 juli 1856. Zicht op de gevangenis vanaf de singelzijde in 1864:

gevangenis-wolvenplein-in-1859-panorama-van-utrecht-hua135003

Cellulaire opsluiting

Vanuit de centrale hal kan het toezicht plaatsvinden op de drie vleugels voor gevangenen; twee van de drie vleugels voor mannen (117 personen), de derde vleugel (19 cellen) voor vrouwelijke gevangenen; alle cellen met stromend water, licht, verwarming en een wc. Luchtkooien zijn aan de uiteinden van de drie verdiepingen hoge vleugels te vinden. Het cellulair regiem is streng: de individuele luchtkooi is voor een half uur per dag per gevangene, de rest van de tijd verblijf op cel; op cel voert een gevangene arbeidstaken uit; onderlinge contacten tussen gevangenen zijn ten strengste verboden, met zwarte kappen over het hoofd gaan ze naar de lichtkooi. Het gevangenisterrein kreeg een ringmuur met hekwerk.

tekening van een cel in 1856 - historie eenzame opsluiting

Sinds 1875 is Wolvenburg voor mannen, de vrouwen gaan naar Woerden. In 1877 is de gevangenis uitgebreid met 77 cellen, door verlenging van de korte voormalige vrouwenvleugel. Een hardnekkig probleem wordt nog niet opgelost: de voortdurende verstopping van rioolafvoeren van de cellen. De nieuwe cellen zijn wel voorzien van een veel betere verwarming. De overige cellen worden daarvoor vier jaar later aangepakt. Het militaire deel van de gevangenis is overgebracht naar Nieuwersluis.

In 1903 vindt een uitbreiding van het complex plaats met een kerkgebouw. Gevangenen mogen overigens tijdens de dienst geen contact met elkaar hebben. Het verblijf is nog strikt cellulair. In 1914 veranderd het gevangenisregime pas met een versoepeling van de strenge isolatieregels. De wijziging van het regime is ingrijpender: er komen gemeenschappelijke werkruimten en mogelijkheden voor onderwijs. Op de foto uit 1932 staat het voorplein met de woningen en direct links het nog steeds bestaande opslagschuurtje. De woningen bleven voor gezinnen in gebruik tot 1986:

het-voorplein-van-de-gevangenis-in-1932-hua78385

Huisvesting voor personeel

Eem deel van het gevangenispersoneel was verplicht op het gevangenisterrein te wonen. De directeur mocht zonder toestemming van het bestuur het terrein niet verlaten. Voor de gevangenis staan drie woonpanden, een centraal pand met vier woonhuizen voor de directie (algemeen, vrouwen en militair verantwoordelijke) en portier en 2 bewaarders woningen. Het aantal inpandige woningen wordt uitgebreid bij de vergroting van de gevangenis in 1877. Zo rond 1897 is het rijtje van 6 woningen bij de gevangenis in gebruik genomen door personeel, ter aanvulling van de inpandige woningen. Pas in 1986 worden de woningen onderdeel van de gevangenisfuncties. In de woning op de foto boven aan de linkerzijde komt een kantine voor het personeel, aan de rechterzijde een bezoekersruimte en in het midden kantoren.

De eerste sluiting

De strafgevangenis aan het Wolvenplein staat 1 september 1932 door ‘ontvolking’ leeg. Er zijn plannen om de gevangenis te slopen. De locatie lijkt erg geschikt voor een schouwburg. Ook de tekeningen van een nieuw te bouwen belastingkantoor liggen al klaar. Het gebouw doet intussen dienst voor de Universiteit als opslaglocatie van de bibliotheek. Tevens is het, heel toepasselijk in deze omgeving, het Criminologisch Instituut er gevestigd. En dan is er nog kantoorruimte voor het Melk Controlestation. In die periode is het rijtje bewaarderswoningen (tijdelijk) vrijgegeven voor andere inwoners van de stad. Na 1986 hebben ze hun functie voor de gevangenis verloren en zijn ze verkocht.

De gevangenis wordt weer geopend

Sloopplannen voor de gevangenis gaan in de jaren 1930 niet door. De gevangenis blijkt in 1938 weer nodig. Van de daarop volgende verbouwing en modernisering van de gevangenis wordt in WO II door de Duitsers geprofiteerd. Meerdere gevangenen overleven het niet. In de jaren na de oorlog zitten er veel NSB’ers en Duitsers. Omstreeks 1949 komt een verandering binnen het gevangeniswezen op gang waarbij de nadruk op resocialisatie komt te liggen in plaats van isolatie. Wolvenburg is in dat jaar een huis van bewaring geworden. In 1989 heeft C. van Wingerde deze foto van een cel gemaakt:

Er is nog veel verbouwd en aangepast aan het gebouw. In de jaren 1970 wordt in plaats van sloop wederom een renovatie uitgevoerd en dat herhaald zich zo rond het millennium. Van de inrichting van werkruimten voor gevangenen tot het installeren van video circuits en extra beveiliging. Na de laatste verbouwing is het complex in 2001 Rijksmonument geworden.

In 2011 is een TV uitzending in gevangenis Wolvenplein opgenomen. Wat klopt er van het vooroordeel dat de Nederlandse gevangenis een hotel is? Dat onderzoekt Klaas van Kruistum. Hij trekt op met Gert Jan die in de gevangenis werkt. De gevangenis in bedrijf, kijk de 35 minuten uitzending uit 2011: Ik werk achter de tralies

De laatste jaren was het gebouw gedeeltelijk in gebruik als Huis van Bewaring en gedeeltelijk als gevangenis voor jonge veelplegers. In het gebouw waren 89 cellen voor gevangenen in hechtenis, 35 plaatsen voor de jonge draaideurcriminelen met een straf van twee jaar. Het jaar voor de sluiting was de gevangenis nog vol in gebruik.

Bekendste gevangen

Bekende of beruchte mensen die op cel hebben gezeten in deze gevangenis:

  • Ferdinand Domela Nieuwenhuis, in 1887 zeven maanden vastgezet wegens majesteitsschennis.
  • Gerrit Kouwenaar (dichter) belandde tijdens de Tweede Wereldoorlog in het gevang vanwege het verspreiden van het communistische dagblad ‘De Waarheid’.
  • Cornelis van Ravenswaay, na de oorlog wegens burgemeesterschap van Utrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog als fanatiek nationaalsocialist.
  • Meinoud Rost van Tonningen, na de oorlog als voormalig SS-Hauptsturmführer en voorman van het Nederlandse nationaalsocialisme.
  • Gerrit Blom (de Stotteraar) ontsnapte in 1949 uit deze gevangenis; hij was tot 1986 de bekendste inbreker van Nederland, en uitbreker ook.
  • Simon Vinkenoog zat hier in 1964 vast vanwege marihuanabezit en schreef over zijn verblijf het dagboek ‘Tegen De Wet’. In het dagboek beschrijft hij o.a. het gebruik van verboden middelen tijdens zijn gevangenschap!
  • Herman Brood woonde halverwege de jaren zeventig korte tijd in Utrecht: in hechtenis op dit adres voor harddrugsbezit en kleine diefstallen.
  • Koos Meinderts en Harrie Jekkers: “Op 30 april 1980 besteeg Koningin Beatrix de troon en zij weigerde tegen de traditie in gevangenen strafvermindering te geven. En dat pikten we niet: aksie! Met een geleend rubberbootje staken we de Wittevrouwensingel in Utrecht over en kalkten op de muur van de gevangenis: In naam van Oranje doe open de poort.” 1980 Kroning Beatrix - oproep amnesty Koos Meinderts en Harrie Jekkers gevangenis WolvenpleinBij het terugvaren bleek het rubberbootje lek te zijn en werden de twee helden door de politie ingerekend. Ze mochten de nacht in een cel doorbrengen. Zo schreven ze historie.
  • Giuseppe ‘Vieze Peter’ la Serpe: begin jaren 1990 wordt hij na hechtenis in Huis van Bewaring Wolvenplein, voor de derde keer veroordeeld voor betrokkenheid bij gewapende overvallen. Sinds 2006 is hij een door justitie beschermde getuige vanuit het misdaadmilieu.

Wolvenburg, een nieuwe bestemming?

Justitie heeft in juni 2014 de laatste gedetineerde overgeplaatst. De in 2013 aangekondigde sluiting van de gevangenis maakt ruimte om aan een nieuwe bestemming te denken. Sinds april 2015 is de Vrije Wolf er gevestigd, voor tijdelijk gebruik als werkruimten of voor bezoek.  Een definitieve bestemming laat nog op zich wachten.

Email this to someoneShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPrint this page
Deel met:

Reageren is niet mogelijk